Statuut van de Landelijke Geschillencommissie medezeggenschap onderwijs

De vereniging VOS/ABB
en
de stichting CBOO Landelijk platform openbaar onderwijs
(verder te noemen instandhouders)

Overwegende, dat het wenselijk is ter uitvoering van artikel 18 van de WMO 1992 en artikel 10.26 van de WHW 1992 één landelijke geschillencommissie ten behoeve van het openbaar en bijzonder onderwijs in te stellen,
besluiten vast te stellen het

Statuut van de Landelijke geschillencommissie medezeggenschap onderwijs

Titel 1: Begripsbepalingen

Artikel 1
Dit statuut verstaat onder:
1. "de Commissie": de Commissie voor geschillen als bedoeld in artikel 18 van de Wet medezeggenschap onderwijs (Staatsblad 1992, nr. 663) en artikel 10.26 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (Staatsblad 1992, nr. 593).
2. "school": een openbare school voor basisonderwijs en een openbare speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs (Staatsblad 1998, nr. 228); een openbare school voor speciaal onderwijs, een openbare school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, een openbare school voor voortgezet speciaal onderwijs en een openbare instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra (Staatsblad 1998, nr. 228); een openbare school, cursus dan wel inrichting voor voortgezet onderwijs als bedoeld in deel I van de Wet op het voortgezet onderwijs (Staatsblad 1986, nr. 552); een openbare school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in deel II van de Wet op het voortgezet onderwijs (Staatsblad 1986, nr. 552); een openbare instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs (Staatsblad 1995, nr. 501); een openbare instelling als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (Staatsblad 1992, nr. 593);
3. "andere school": een uit de openbare kas bekostigde bijzondere school;
4. "het bevoegd gezag": voor wat betreft:
a. een openbare school:
1°. het college van burgemeester en wethouders, voor zover de raad niet anders bepaalt, en, indien de raad dit besluit, met inachtneming van de door hem te stellen regelen;
2°.het krachtens de desbetreffende gemeenschappelijke regeling bevoegde orgaan;
3°.de openbare rechtspersoon;
4°.de stichting;
5°.het college van bestuur in het geval van een hogeschool als bedoeld in Titel 2 van de WHW 1992;
b. een andere school: het krachtens de desbetreffende statuten bevoegde orgaan;
5. "secretariaat": het ambtelijk secretariaat van de Commissie.


Titel 2: Taak, samenstelling en zittingsduur van de commissie

Artikel 2
1. Er is een Commissie voor geschillen, als bedoeld in artikel 18 van de WMO 1992 en artikel 10.26 van de WHW 1992, ten behoeve van het openbaar en bijzonder onderwijs, gevestigd te Woerden.
De Commissie strekt haar werkkring uit over de aangesloten openbare scholen, alsmede over andere scholen, die zijn aangesloten volgens het bepaalde in artikel 6.
2. De Commissie wordt aangeduid als "De Landelijke geschillencommissie onderwijs".

Artikel 3
1. De Commissie doet uitspraak in geschillen, die haar overeenkomstig artikel 19 van de WMO 1992 en artikel 10.27 van de WHW 1992 worden voorgelegd.
2. De Commissie verricht haar werkzaamheden met inachtneming van de voorschriften, vervat in de artikelen 19 t/m 24 van de WMO 1992, de artikelen 10.27 t/m 10.32 van de WHW 1992, dit Statuut en de bepalingen in het Reglement van de Landelijke geschillencommissie onderwijs.

Artikel 4
1 De Commissie bestaat uit drie leden en drie plaatsvervangende leden, waarvan één lid en een plaatsvervangend lid worden gekozen door de bevoegde gezagsorganen van de aangesloten scholen en één lid en een plaatsvervangend lid door de medezeggenschapsraden van de aangesloten scholen. De twee leden kiezen het derde lid, tevens voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter.
2 De verkiezing van de leden en plaatsvervangende leden van de Commissie geschiedt volgens het bepaalde in titel 4.
3 De leden en de plaatsvervangende leden van de Commissie hebben zitting voor een periode van 4 jaar. Zij treden na hun zittingsperiode, die aanvangt op 1 september, af en zijn terstond herkiesbaar.
4 Het lid dan wel plaatsvervangend lid, dat ter vervulling van een tussentijdse vacature is gekozen treedt af op het tijdstip, waarop degene in wiens plaats hij is verkozen zou moeten aftreden.
5 Behalve door periodieke aftreding eindigt het lidmaatschap van de Commissie:
a. door overlijden;
b. door opzegging door het lid;
c. door ondercuratelestelling;
d. zodra het lid deel is gaan uitmaken van het bevoegd gezag of van de medezeggenschapsraad van een school waarover de Commissie haar werkkring uitstrekt.


Titel 3: Aansluiting en beëindiging

Artikel 5
1. Aansluiting van een openbare school bij de Commissie geschiedt door middel van een daartoe strekkende verklaring van het bevoegd gezag van de school, welke ter kennis wordt gebracht van de Commissie en treedt in werking de dag nadat de Commissie deze verklaring heeft ontvangen.
Het bevoegd gezag zendt een afschrift van de aanmeldingsbrief aan de betrokken medezeggenschapsraad.
De Commissie bevestigt de aansluiting door middel van een schriftelijke mededeling aan het bevoegd gezag en de betrokken medezeggenschapsraad.
2. De aansluiting van een school kan bij de Commissie schriftelijk worden opgezegd. Na opzegging eindigt de aansluiting op 31 december van het jaar volgende op dat waarin de opzegging heeft plaatsgehad.
3. Indien de Commissie een geschil, als bedoeld in artikel 19 van de WMO 1992 of artikel 10.27 van de WHW 1992, in behandeling heeft, kan de aansluiting bij de Commissie niet beëindigd worden dan nadat dit geschil is afgehandeld.
4. De opzegging van de aansluiting van de school als bedoeld in het tweede lid geschiedt na overleg tussen het bevoegd gezag en de medezeggenschapsraad en wordt door middel van een daartoe strekkende verklaring van het bevoegd gezag van de school ter kennis van de Commissie gebracht.
Na ontvangst van deze verklaring brengt de Commissie de medezeggenschapsraad daar terstond van op de hoogte.

Artikel 6
1. Andere scholen dan openbare scholen kunnen bij de Commissie zijn aangesloten.
2. De leden 2, 3 en 4 van artikel 5 van dit Statuut zijn voor wat betreft een aangesloten andere school van overeenkomstige toepassing.


Titel 4: De verkiezingen

Artikel 7
1. Een verkiezingscommissie is belast met de leiding van de verkiezing van de leden en plaatsvervangende leden van de Commissie, uitgezonderd de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter.
Het secretariaat van de Commissie treedt op als verkiezingscommissie.
2. De verkiezingscommissie draagt zorg voor de organisatie van de kandidaatstelling met inachtneming van het bij dit Statuut bepaalde.

Actief en passief kiesrecht

Artikel 8
Verkiesbaar tot lid van de Commissie zijn zij, die niet deel uitmaken van het bevoegd gezag of van de medezeggenschapsraad van een school, waarover de Commissie haar werkkring uitstrekt.

Artikel 9
Kiesgerechtigd zijn:
a. de bevoegde gezagsorganen naar rato van het aantal onder hun gezag staande scholen, waarover de Commissie haar werkkring uitstrekt;
b. de afzonderlijke medezeggenschapsraden van de scholen, waarover de Commissie haar werkkring uitstrekt.

Artikel 10
1. De vereniging VOS/ABB doet bij de verkiezingscommissie voordrachten van kandidaten voor de door de bevoegde gezagsorganen van de aangesloten scholen te vervullen vacatures in de Commissie.
2. de stichting CBOO Landelijk platform openbaar onderwijs doet bij de verkiezingscommissie voordrachten van kandidaten voor de door de medezeggenschapsraden van de aangesloten scholen te vervullen vacatures in de Commissie.
3. Bij elke in de leden 1 en 2 bedoelde voordracht moet een door betrokkene ondertekende verklaring worden gevoegd, waaruit de instemming met de kandidaatstelling blijkt.
4. De verkiezingscommissie maakt binnen vier weken na ontvangst van de voordracht de kandidaten bekend die zijn voorgedragen door de in de leden 1 en 2 genoemde organisaties.

Artikel 11
1. De bevoegde gezagsorganen van de bij de Commissie aangesloten scholen kunnen binnen zes weken, nadat de kandidaten - voorgedragen door de vereniging VOS/ABB - door de verkiezingscommissie zijn bekend gemaakt, eveneens kandidaten stellen voor de door de bevoegde gezagsorganen van de aangesloten scholen te vervullen vacatures in de Commissie. Deze kandidaten moeten blijkens een schriftelijke verklaring door ten minste 25 van de bevoegde gezagsorganen van de bij de Commissie aangesloten scholen worden gesteund.
Bij elk voorstel van de bevoegde gezagsorganen van een kandidaat moet een door betrokkenen ondertekende schriftelijke verklaring worden gevoegd, waaruit de instemming met de kandidaatstelling blijkt.
2. De medezeggenschapsraden van de bij de Commissie aangesloten scholen kunnen binnen zes weken, nadat de kandidaten - voorgedragen door de stichting CBOO Landelijk platform openbaar onderwijs - door de verkiezingscommissie zijn bekend gemaakt, eveneens kandidaten stellen voor de door de medezeggenschapsraden van de aangesloten scholen te vervullen vacatures in de Commissie. Deze kandidaten moeten blijkens een schriftelijke verklaring door tenminste 25 van de medezeggenschapsraden van de bij de Commissie aangesloten scholen worden gesteund.
De derde volzin van het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.
3. Het bevoegde gezag dan wel de medezeggenschapsraad van een bij de Commissie aangesloten school kan voor een vacature slechts één voorstel voor een kandidaat steunen.
4. Indien aan een door een bevoegd gezag of door een medezeggenschapsraad ingediende kandidaatstelling een gebrek kleeft, stelt de verkiezingscommissie dat bevoegd gezag of die medezeggenschapsraad binnen een door haar te bepalen termijn in de gelegenheid het verzuim te herstellen.

Artikel 12
Tegen een besluit van de verkiezingscommissie met betrekking tot de kandidaatstelling kan door een bevoegd gezag of medezeggenschapsraad binnen twee weken na dagtekening van de beslissing van de verkiezingscommissie een bezwaarschrift worden ingediend bij de commissie als bedoeld in artikel 23, die daarop binnen twee weken beslist.

Artikel 13
Indien door de bevoegde gezagsorganen dan wel de afzonderlijke medezeggenschapsraden op grond van de bepalingen in artikel 11 binnen de daartoe gestelde termijn geen kandidaten worden gesteld, vindt voor de vervulling van de vacatures geen stemming plaats en worden de op grond van artikel 10 gestelde kandidaten geacht te zijn gekozen.

Wijze van stemmen

Artikel 14
1. De verkiezing van de leden van de Commissie en hun plaatsvervangers met uitzondering van de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter, geschiedt bij geheime schriftelijke stemming.
2. Uiterlijk 3 weken voor de datum van de verkiezingen zendt de verkiezingscommissie aan de bevoegde gezagsorganen en aan de afzonderlijke medezeggenschapsraden van de aangesloten scholen een gewaarmerkt stembiljet dat de namen van de kandidaten bevat, onder toevoeging van een retourenveloppe. Daarbij wordt aangegeven binnen welke termijn het stembiljet aan de verkiezingscommissie moet worden teruggezonden.

Artikel 15
1. Door de bevoegde gezagsorganen van de aangesloten scholen wordt voor elke door hen te vervullen vacature een gewogen stem uitgebracht. De zwaarte van de stem van een bevoegd gezag wordt bepaald door het aantal onder zijn gezag staande scholen, waarover de Commissie haar werkkring uitstrekt.
2. Door de afzonderlijke medezeggenschapsraden van de aangesloten scholen wordt voor elke door hen te vervullen vacature één stem uitgebracht.

Vaststelling en vastlegging van de verkiezingsuitslag

Artikel 16
1. Na het sluiten van de inzendingstermijn als bedoeld in artikel 14, lid 2, stelt de verkiezingscommissie in een openbare zitting het aantal geldige stemmen vast, dat op elke kandidaat is uitgebracht.
2. Ongeldig zijn de stembiljetten:
a. die niet door of namens de verkiezingscommissie zijn uitgereikt;
b. waaruit niet duidelijk de keuze van de stemgerechtigde blijkt;
c. waarop meer dan het toegestane aantal stemmen is uitgebracht.

Artikel 17
1. Gekozen is de kandidaat, die het hoogste aantal stemmen op zich heeft verenigd.
2. Indien er meerdere kandidaten zijn, die een gelijk aantal stemmen op zich hebben verenigd, beslist tussen hen het lot.

Artikel 18
1. Onmiddellijk nadat de uitslag van de stemming is vastgesteld, stelt de verkiezingscommissie het procesverbaal vast van alle werkzaamheden betreffende de uitslagbepaling.
2. De verkiezingscommissie maakt de uitslag van de stemming zo spoedig mogelijk openbaar.
3. De verkiezingscommissie bewaart alle stukken gedurende de zittingsperiode van de Commissie.

Vervulling vacatures

Artikel 19
1. Indien tussentijds de plaats van een lid van de Commissie openvalt, is daardoor de plaatsvervanger automatisch lid van de Commissie.
2. Indien het eerste lid van toepassing is, wordt ter verkiezing van een nieuw plaatsvervangend lid een tussentijdse verkiezing gehouden, tenzij de periodieke verkiezingen binnen zes maanden plaatsvinden.

Artikel 20
In gevallen, waarin deze titel niet voorziet, beslist de verkiezingscommissie.

Verkiezing van de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter

Artikel 21
1. De voorzitter van de Commissie en de plaatsvervangend voorzitter worden gekozen door de beide overige leden van de Commissie op voordracht van de instandhouders gezamenlijk.
2. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter moeten voldoen aan de vereisten voor benoeming tot rechter in een arrondissementsrechtbank.

Artikel 22
1. Zodra de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter gekozen zijn, maakt de voorzitter de samenstelling van de Commissie openbaar.
2. Wijziging van de samenstelling van de Commissie maakt de voorzitter eveneens openbaar.

Artikel 23
Tegen de vaststelling van de verkiezingsuitslag kan door belanghebbenden binnen twee weken na openbaarmaking van de uitslag een bezwaarschrift worden ingediend bij een commissie, bestaande uit drie leden, te benoemen door de instandhouders. Deze commissie beslist binnen twee weken op een ingediend bezwaarschrift.


Titel 5: Overige bepalingen

Secretariaat van de Commissie

Artikel 24
De Commissie wordt bijgestaan door een secretaris, die door de vereniging VOS/ABB na overleg met de stichting CBOO Landelijk platform openbaar onderwijs wordt benoemd.
Aan de secretaris kan de vereniging VOS/ABB één of meer adjunctsecretarissen, alsmede één of meer administratieve krachten toevoegen.

Kostenregeling, begroting en rekening

Artikel 25
De leden van de Commissie en hun plaatsvervangers ontvangen een vergoeding, nader vast te stellen door de vereniging VOS/ABB.

Artikel 26
1. De Commissie stelt op voorstel van de secretaris jaarlijks de begroting vast. De begroting dient goedgekeurd te worden door de vereniging VOS/ABB.
2. De Commissie stelt op voorstel van de secretaris jaarlijks de rekening vast.

Artikel 27
Ter uitwerking van het bepaalde in de artikelen 25 en 26 van dit Statuut en met betrekking tot het beheer van de financiële middelen van de Commissie door het secretariaat stelt de Commissie nadere regels vast.

Reglement van de Commissie

Artikel 28
1. De Commissie legt de regeling van haar werkzaamheden vast in een reglement.
2. De voorzitter brengt dit reglement, alsmede wijzigingen daarvan, ter kennis van de bevoegde gezagorganen en de medezeggenschapsraden en gemeenschappelijke medezeggenschapsraden van de aangesloten scholen.

Jaarverslag

Artikel 29
De Commissie brengt jaarlijks verslag uit van haar werkzaamheden aan de instandhouders.

Wijziging van het Statuut

Artikel 30
Dit Statuut kan door de vereniging VOS/ABB in overeenstemming met de stichting CBOO Landelijk platform openbaar onderwijs, gehoord de Commissie, worden gewijzigd.


Slotbepalingen

Artikel 31
Dit Statuut kan worden aangehaald als het "Statuut Landelijke geschillencommissie medezeggenschap onderwijs".

Artikel 32
Dit Statuut treedt in werking met ingang van 1 januari 1999.

 

 

Toelichting

De Landelijke geschillencommissie medezeggenschap onderwijs wordt in stand gehouden door twee instanties:

  1. VOS/ABB, de besturenorganisatie voor het openbaar en het algemeen toegankelijk onderwijs en
  2. het CBOO, Landelijk platform openbaar onderwijs, een organisatie waar enkele organisaties van deel uitmaken die voorstander zijn van openbaar onderwijs.

VOS/ABB draagt de Commissieleden voor die zitting hebben namens de bevoegde gezagsorganen, het CBOO draagt de leden voor die namens de medezeggenschapsraden zitting hebben in de Commissie.